skip to Main Content
tessa@gottschalmeditaties.nl | Nieuwsbrief ontvangen? Klik hier om je in te schrijven.

In je kracht staan: Laatbloeiers & Hardnekkigheid

In de natuur heb je vroeg- en laatbloeiers. Precies hetzelfde geldt ook voor mensen. In een vorige bericht kon je lezen hoe bepaalde omstandigheden thuis kunnen zorgen dat je een vroegbloeier wordt. Dit keer lees je over de laatbloeiers.

In Ik voel (n)iets voor verandering lees je dat je innerlijke houding waarmee je het leven en vooral de problemen ermee benadert kunt verwoorden in wat technisch heet afweermechanismen. Het mechanisme waarmee je iets afweert, van je afduwt. Hier zijn twee varianten van: de volwassene en de kinderlijke. Ook wel rijp en onrijp genoemd. Allemaal gaan we door het onrijpe stadium heen en als het goed is eindigen we in het rijpe gebied. (zie hoofdstukken 5 t/m 8)Ik voel (n)iets voor verandering van Tessa Gottschal

Als een vrucht: van onrijp naar rijp

Wat de vroegbloeier doet met zijn grote opofferingsgezindheid (Joris Goedbloed) en snelle klaarstaan voor de ander (altruïsme) behoort bij het rijpe stadium. De meeste vroegbloeiers zijn niet bang voor verantwoordelijkheid. Dikwijls zijn ze zelfs een tikkie oververantwoordelijk.
De laatbloeier echter toont vaker kenmerken van het onrijpe gebied. Daar vertel ik je hier wat meer over.

Een gezond voorbeeld

Eerst een gezond voorbeeld van de vijfjarige Herman. Hij zit aan tafel en smeert dapper zijn boterhammetje. Dat is best lastig met armen en handen die nog een eigen leven leiden. Na wat dappere smeer- en duwpogingen zit de boter erop. Z’n twee boterhammen met hartig beleg heeft hij al op en nu mag hij iets zoets. Hij kan bijna niet wachten! In z’n enthousiasme zwengelt zijn arm onhandig over tafel. Bam! De hagelslag valt om en rolt alle kanten op.
“Ach Herman, wat doe je nu toch?”
“Dat was ik niet mama, dat was m’n elleboog.”

Voor kleine kinderen is dit een normale reactie. De controle over hun lichaam – en dus coördinatie – is soms onbesuisd. Herman’s arm was sneller dan hij bedoelde. Alsof die arm niet bij hem hoort roept hij: “Ik was het niet die de hagelslag omgooide, dat was mijn elleboog!” Als ouder leer je hem dat die arm bij hem hoort en dat hij die elleboog nog beter kan leren sturen.
Wat Herman in vaktermen doet heet splitsing. Hij splitst zijn elleboog van zichzelf af. Alsof dat iets is wat niet bij hem hoort en zo maar uit zichzelf iets kan doen. Zoals heel onhandig die hagelslag omgooien.

Onrijp is normaal bij kleine kinderen

Bij kleine kinderen hoort dit tot hun normale ontwikkeling, het wordt pas zorgelijk als iemand dit blijft doen! Neem Joey. Vroeger reed hij vaak paard, hij was er dol op en was hele dagen op de manege te vinden. Die tijd is allang voorbij en zijn huidige werk neemt al zijn tijd in beslag. Op een goede dag belt een vriend en vraagt of hij zin heeft om met hem buiten te rijden. Dat klinkt als muziek in zijn oren! Heerlijk, eindelijk weer eens paardrijden.

Een perfectie met kreukels

Niet veel later gaan ze met z’n tweeën erop uit. Ze boffen met het weer en genieten met volle teugen. Plots gaat het mis en een van de paarden schrikt. Het is voor het eerst na de winterstalling en dan zijn paarden altijd al schrikachtiger en joliger. Tenslotte zijn die ook blij dat ze kunnen genieten van de natuur. Joey valt er vanaf en klapt met zijn been lelijk neer. ‘Krak’ klinkt het.
“Au!” schreeuwt hij en direct voelt hij dat het serieus mis is. Uren later zit hij in het gips; zijn been bleek gebroken. Grappig genoeg blijft hij tegenover iedereen volhouden dat hij perfect kan vallen.
“Ja, want ik zorg prima dat ik niet in de stijgbeugels blijf hangen.”
Dat anderen onder perfect vallen verstaan dat je óók niks breekt, gaat aan hem voorbij.

Hoe kan dat nu?

Joey kan deze vreemde logica volhouden doordat hij het breken van zijn been afsplitst van zijn overtuiging dat hij ‘perfect kan vallen’. Het is als de kleine Herman die niet beseft dat z’n elleboog bij hem hoort. In zijn fantasie doet Joey niks fout; hij kan perfect vallen. De werkelijkheid, een been breken bij de val van, splitst hij net als de kleine Herman af. Voor omstanders is dit niet begrijpen. De logica is ook volkomen weg. Vergis je niet, niets zal Joey op een andere gedachte brengen, zelfs niet zijn eigen gebroken been. ‘Hij valt perfect!’ en van dat idee brengt niemand hem af.

Je ziet hier meteen wat er gebeurt als een volwassene zo’n onrijpe afweer gebruikt. Het toont een halsstarrigheid die z’n weerga niet kent; in dit geval houdt hij met het gips ook letterlijk zijn poot stijf.

Splitsing of ontkenning

‘Maar wat is nu het verschil tussen splitsen en ontkennen?’ zullen ijverige lezers vragen. Dat is slim opgemerkt want deze twee liggen dicht bij elkaar. Het verschil ertussen ligt in de diepte van het onbewust zijn. Splitsing ligt vele malen dieper dan ontkenning.
In een normale ontwikkeling zoals bij het peutertje Herman is het een natuurlijk en normaal proces. Door allerlei omstandigheden kan echter die ontwikkeling haperen en dat is minder fijn.EEG3DfinalCD Neutraliteit van Tessa Gottschal

Komt het nog goed met Joey?

Voor Joey valt te hopen dat het ontkenning is en geen splitsing. Splitsing maakt het leven zwaarder en daarmee stoot je vaker dan anderen je hoofd. Meestal ook harder dan enig ander. Uiteindelijk zal het leven je leren minder te splitsen of te ontkennen en schuif je op naar meer rijpe afweervormen. Hoe weten we dat?

De langste studie

In 1937 startte de Harvard universiteit de Grant Study of Adult Development. Dertig jaar lang volgde ze een groep van 268 studenten. De studie staat nog steeds bekend als de langste studie waarbij gedurende jaren achtereen volwassenen in in hun ontwikkeling gevolgd werden. Psychiater George E. Vaillant schreef daar het boek ‘Adaptation to life’ en ‘The wisdom of the ego’ over. Met meerdere conclusies, ik beschrijf hier slechts drie:

1 Het is zelden dat slechts één enkel traumatische gebeurtenis bepaalt of iemand ‘in elkaar stort’ of er een stevige tik van over houdt. Het vormt je natuurlijk wel.
2 Over de jaren zien we dat volwassenen veranderen. De factor tijd heeft meer invloed dan we denken.
3 De Grand Study toont aan dat veel mentale ziekten eerder een aanpassingsreactie zijn dan op zichzelf staande tekortkomingen. En dat geeft dus veel ruimte om bij te leren!

Hoe het ook zij, dankzij deze langdurige studie weten we een ding zeker: er is altijd hoop op verandering. En dat is bijzonder positief, dus ook de laatbloeiers zullen echt gaan bloeien! Als je wilt leren via meditatie de onrijpe afweermechanismen achter je te laten, dan zijn de cd’s Emoties & Gevoel en Neutraliteit een goede keuze.Laatbloeier 0

Back To Top