skip to Main Content
tessa@gottschalmeditaties.nl | Nieuwsbrief ontvangen? Klik hier om je in te schrijven.

In je kracht staan: Wilskracht & Frustratie

Sta je in je kracht dan heb je een goed ontwikkelde wilskracht. Wat trouwens niet wil zeggen dat je altijd krijgt wat je wilt. Of je het leuk vindt of niet: wilskracht en frustratie zijn een beetje een Siamese tweeling en af en toe heb je last daarvan. Hoe ga je dan om met frustratie, hoe leer je dat?

Een van de belangrijke vermogens die meditatie ontwikkelt, is frustratie-tolerantie. Wanneer we opgroeien horen die twee zaken – wilskracht en frustratie-tolerantie – gelijk op te gaan. Door allerlei zaken kan dat uit de pas lopen.
Het kan zijn dat je bij je ouders niet kon (kunt) afkijken wat gezonde wilskracht is. Of een van hen kon (kan) er slecht tegen als het niet gaat zoals hij/zij wil. Dat leidt ertoe dat je op jezelf deze krachten moet leren beheersen. Het leven leert je dat wel met al zijn voor- en tegenspoed. Vaak gaat dat met meerdere bulten gepaard en dat is natuurlijk niet plezierig.

Ik ben twee en zeg: ‘Nee.’

Wilskracht is een van de grote domeinen van het derde chakra; daar huist het soepel omgaan met “Ik wil.” Tweejarig kinderen zie je met deze kracht stoeien. Gekscherend noemen we hun weleens de terrible two‘s. Zo’n peutertje laat zien hoe het overspoeld kan raken hierdoor. Van hysterische huil- tot driftbuien aan toe. Ze willen zo graag en het lukt of mag niet.

Groei je op een of andere manier niet hierover heen, dan ontaardt het in volwassenen met een wilsprobleem. Dat varieert van iemand die zijn wil constant aan anderen ondergeschikt maakt, tot aan de potentaat die altijd z’n zin moet hebben.
Bij het eerste wordt je een vijand van jezelf en bij het tweede maak je rap vijanden. Beiden gebruiken kracht en maken iets kapot. De eerste zijn zelfwaarde en de tweede relaties; zowel werkrelaties als andere sociale relaties.

Hoe groeit de wil? Als baby starten we in volslagen afhankelijkheid. Vergis je echter niet, zelfs dan heeft een baby krachtige middelen om zijn wil tot uiting te brengen. Zijn wil om te zuigen – en dus voeding – te krijgen is een heel belangrijke. Uit onderzoek van Bowly weten we, dat zodra die aangetast raakt we het kindje niet kunnen helpen. Hij zal tragisch genoeg sterven.

Via huilen, krijsen, kirren, aandoenlijke babygeluidjes leert het de omgeving te beïnvloeden. Het babytje groeit en kan geleidelijk aan steeds meer. Z’n hoofdje rechtop houden, armpjes en benen gerichter bewegen et cetera. Zijn zelfstandigheid groeit en daarmee zijn wens om dingen te willen. Speeltjes pakken en weggooien, kruipen, et cetera.
Al doende groeit het gevoel “Ik kan iets.” en dat gevoel is heerlijk. Het geeft zelfvertrouwen en het stimuleert om zichzelf verder te ontwikkelen. Soms kan dat gevoel “Ik kan iets!” zo groot worden dat een misvatting ontstaat. Het wordt “Ik kan alles.”

Enthousiasme

Voor een klein kind is dat normaal. Rein leert voor het eerst fietsen en eindelijk kan hij zónder hulpwieltjes het pleintje om fietsen. Dat is feest, toch? “Ik ga de wereld rond fietsen mama!” roept hij in z’n enthousiasme.
Iedereen weet dat hem dat niet gaat lukken, maar sommige mensen blijven tot op hoge leeftijd in deze droom hangen: “Ik kan alles.” Anderen vinden zo’n iemand al snel hardleers en zeggen bijvoorbeeld “Hij/zij kan niets van anderen aannemen. Altijd wil hij/zij gelijk hebben.”

Zo is wat startte als enthousiasme uitgegroeid tot wat we noemen de afweer omnipotentie, of almachtsgevoelens. Drie zaken vallen bij zulke mensen op:
– fouten toegeven is nagenoeg onmogelijk. Het ligt aan jou, nooit aan hun.
– ogenschijnlijk kan iemand charmant zijn, maar als het erop aankomt zie je de heerser/es
– ze kunnen slecht tegen (kritische) vragen, opmerkingen of wat dan ook in strijd is met hun eigen opvattingen.

Het is niet makkelijk leven met deze mensen. Weet één ding: in wezen zijn ze uiterst onzeker. Sta je werkelijk in je kracht dan hoef je niet zo op te spelen, jezelf zo op te blazen. Je eigen wil in proporties te kunnen zien, dát maakt gezond. Tja en dat betekent dus soms water bij de wijn doen, afzien van wat jij wilt of hoe je het wilt. Volwassenheid meet je dus niet alleen af aan wilskracht, maar vooral ook aan de frustratie-tolerantie.

Op psychologisch niveau zijn er allerlei oefeningen mogelijk om frustraties beter te leren doorstaan. Soepeler en sneller gaat dit als je het combineert met meditatie. In eerste instantie maakt de soort meditatie niet uit (zoals ontspanning of psychologisch). Lukt mediteren al beter dan is bijvoorbeeld de cd Overprikkeling of de cd Neutraliteit een mooie keuze. Voor degenen die eerder geneigd zijn hun wil onder het tapijt te schoffelen is een mooie keuze de cd Emotionele Souplesse samen met de cd Emoties & Gevoel.

Meer over dit thema kun je lezen in ‘Ik voel n/iets voor verandering’ op:
blz. 80 over ‘Omnipotentie’
blz 326 met de paragraaf ‘Ego en identificatie’

Bron: Bowlby, J. The making and breaking of affectional bonds’.

Back To Top