Bescherming tegen 'dark empaths' Sinds kort groeit de interesse om sommige mensen als 'dark empaths'…
Welke combinatie van afweermechanismen geeft problemen
Welke combinatie van afweermechanismen geeft problemen
‘Je hebt afweer!’ klinkt in de ruzie tussen Marcel en Anne. Alsof dat per definitie slecht is. Het tegendeel is waar. Juist zónder afweer ontstaat een probleem. Zowel bij de fysieke als de psychologische immuniteit. Maar, psychologische afweer kan wel problemen geven. En dat is wat Marcel en Anne overkomt. Sommige afweermechanismen komen steeds samen voor. In deze nieuwsbrief lees je welke speciale combinatie risico’s op ziekte en eenzaamheid geeft. Het zijn risico’s die voorkomen bij de Afweercombinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie.
Auto-immuun ziekten
Als mens kunnen we niet zonder afweer. Fysiek gezien staan we zonder afweer bloot aan ziektes zonder kans op genezing. Auto-immuun ziekten, waarbij de fysieke afweer het eigen lichaam aanvalt is, zijn ernstige ziekten. Daaronder vallen ziekten als MS, ziekte van Chrohn, SLE (systemische lupus erythematosus). Als patiënt vraagt het veel om ermee om te gaan. En vooral om te proberen de aanvallen op allerlei manieren te beslechten of te bekorten.
Zo complex als de fysieke immuniteit in elkaar steekt, zo geldt hetzelfde voor psychologische afweer. Natuurlijk, het ziet er compleet anders uit. De essentie is echter hetzelfde. Psychologische afweer is essentieel om gezond te functioneren. En een ‘verkeerde’ afweer leidt tot problemen. (Vanaf hier als ik over afweer schrijf, gaat het om de psychologische afweer.)
Maar wat is een ‘verkeerde’ afweer? Bestaat zoiets? En wanneer wordt een afweer verkeerd?
Een afweer doorloopt een groeiproces. Het begint simplistisch, of noem het kinderlijk of ongenuanceerd. Vervolgens hoort dit zich verder te ontwikkelen tot een genuanceerd, dynamisch en gebalanceerd reactiepatroon. Het doel is – nog steeds – om gezond te kunnen functioneren. Met jezelf, de omstandigheden die het leven op je pad brengt en met de mensen om je heen.
Groene appel
In officieel psychologisch jargon spreken we over de ontwikkeling van afweer in termen van onrijp versus rijp. Met aan de ‘beginnende’ kant heel onrijp en aan de ‘volwassen’ kant heel rijp.
Zelf maak ik graag de vergelijking met een appel. De onrijpe, groene appel ontwikkelt zich tot een rijpe, sappige appel. Die laatste eet je het liefst.
Opgroeien en oefenen welke afweer handig is
Als opgroeiend kind oefen je spelenderwijs allerlei afweervormen. Stoer doen, hulpeloos doen, zogenaamd vergeten, Oost-Indisch doof zijn, sloomheid, overal grapjes van maken, hulpvaardigheid, liegen, huiswerk afkijken, tijdens afwassen bijv. lang naar het toilet gaan, iedereen opvrolijken, chagrijnig rondlopen. Teveel om op te noemen.
Natuurlijk kijken kinderen heel goed met welke afweer volwassenen mee weg komen. Zoals A zeggen en B doen, beloven en niet waarmaken, grof taalgebruik, anderen minachtend of kleinerend behandelen, slijmen. Een eindeloze lijst van mogelijkheden. En juist dié gedragingen nemen ze makkelijk over. Natuurlijk is het kind in de ogen van de ouders dan ‘onmogelijk’. Geregeld luisteren kinderen niet naar hun ouders, maar ze kopiëren exact hun voorbeeld. En vervolgens mopperen de ouders. Komisch, maar waar.
Copingstrategieën
Al dat uitproberen als kind hoe je moeilijke situaties tegemoet treedt, leidt uiteindelijk tot een reeks van strategieën. In het Amerikaans noemen ze dit graag copingstrategieën. Manieren om ergens mee om te gaan. Dat klinkt mooi en positief.
Dat mooie woord gaat voorbij aan het gegeven, dat veel van die manieren er zijn om pijn, verdriet, boosheid, afschuw, of verwarring te ontlopen. In Europa houden we eerder vast aan de term afweermechanisme. Een manier om wat ongewenst is op afstand te houden. Of te wel: om af te weren.
Ontlopen van het probleem
Een afweer, het ontlopen van een probleem, is meestal geen goede oplossing. Vooral niet als dit stelselmatig gebeurt. Als kind heb je je echter te schikken in omstandigheden, waarop je amper invloed hebt. Zoals ruziënde ouders, hun middelenmisbruik, hun ongezonde leefstijl, hun negatieve gedrag of slechte vrienden.
Je zult moeten wachten totdat je oud genoeg bent om op eigen benen te staan. Tot die tijd moet je je verdedigen tegen ouderlijk wangedrag, of andere moeilijke omstandigheden, die in essentie de verantwoordelijkheid van de ouders zijn. Daarnaast moet je ook nog leren omgaan met al die gebeurtenissen die het leven voor je voeten gooit.
Iedereen ontwikkelt afweer
Logischerwijs ontkomt dus niemand aan het ontwikkelen van afweer; van dergelijke strategieën. Afhankelijk van al die ervaringen, je constitutie, je afkijk-modellen vormt zich zo een complex van technieken. Het is altijd een samengaan van verschillende vormen van afweer. Een soort van spekkoek. Of zo je wilt: erwtensoep.
Allerlei afweercombinaties sprokkel je in de jaren bij elkaar. Je combineert – vaak zonder te weten – een aantal met elkaar. En zo, gewapend met al die verschillende combinaties red je je. Net zo lang, totdat blijkt dat een bepaalde strategie je ongelukkig maakt. Waarbij eerst het ongemak (ziekte, verdriet, eenzaamheid, et cetera) opvalt, en pas later dat dit veroorzaakt wordt door de destijds ontwikkelde afweercombinaties.
Afweercombinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie
Eén combinatie, die opvallend vaak voorkomt, licht ik toe. Het is de combinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie. Een combinatie die meehelpt tot een groot zelfvertrouwen, kundigheid, goede werkprestaties, goede kontakten, populariteit en aanzien.
Waar zit dan het addertje?
De gevaren
De combinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie komt veel voor. En de gevaren van deze combinatie zijn legio. Om enkele te noemen: uitputting, burned out, tal van ziekten veroorzaakt door uitputting, gevoelsmatige eenzaamheid (dus niet altijd letterlijk eenzaam), onheuse kritiek, over-dienstbaarheid, zelf-overschatting, over-verantwoordelijkheid.
Eerst een korte uitleg wat de drie verschillende afweermechanismen inhouden. Uitgebreide informatie lees je in mijn boek ‘Ik ben van gisteren’ (c.q. zelfde inhoud andere titel: Ik voel niets voor verandering)
1. Omnipotentie
Ik neem voor het leesgemak normaal taalgebruik. Geen psychologische vakjargon. De ‘kort door de bocht’-versie van omnipotentie is: uit de kluiten gewassen zelfvertrouwen. Het past in het vroege ontwikkelingsstadium en valt onder de onrijpe afweer.
In z’n gezonde vorm geeft het zelfvertrouwen. Zoals het kind dat leert fietsen uit enthousiasme uitroept: ‘Ik kan de hele wereld om fietsen.’ Of: een kind ziet hoe handig papa (of mama) iets kan wat hij (nog) niet kan en tegen z’n buurvriendje trots zegt: ‘Mijn papa kan/weet álles.’ Anders gezegd, hij ziet zijn papa (mama) als ‘omnipotent’; iemand die álles kan en weet.
En dat is allemaal heel normaal. Dat hoort bij een bepaalde leeftijd.
Heb je dit soort zelfvertrouwen als volwassene nog in dié vorm, dan wordt het hinderlijk. Vaak als eerste hinderlijk voor de omgeving, pas in latere instantie voor de persoon zelf, wanneer hij ermee geconfronteerd wordt.
Zelfoverschatting en oververantwoordelijkheid
Extreme uitwassen van omnipotentie zijn de Donald Trump’s en Andrew Tate’s van deze wereld. De betweters, pochers en even gemakkelijk: bedriegers, treiterbeesten, fraudeurs en criminelen. Het zijn voorbeelden van ‘ik kom overal mee weg’. Een negatieve kant van extreme omnipotentie.
Bij de meer gewone vormen van omnipotentie leidt een negatieve kant ervan tot zelfoverschatting en oververantwoordelijkheid. Zelfvertrouwen is goed, maar teveel ervan slaat als een boemerang op je terug.
2. Altruïsme
Altruïsme klinkt als merkwaardig als afweer. Want hoe kan ‘goed doen voor anderen’ een afweer zijn? Dat wordt het ook alleen, zodra het jezelf wegcijferen in de plaats komt van het nastreven van je eigen behoefte of wens.
Laten we eerlijk zijn, jezelf kunnen opofferen is een hoog goed. Alleen maar egoïsme en je ‘eigen ding’ doen is onrijp. Daarmee betekent dit meteen, dat altruïsme onder de rijpe afweervormen valt. Het valt namelijk niet mee je eigen behoeften, wensen et cetera op zij te schuiven voor anderen.
Het altruïstische kind
Het komt voor, dat je als kind noodgedwongen leert altruïstisch te zijn. Een keuze die stilletjes zegt: “Het is beter om mijn eigen behoeften of wensen opzij schuiven, dan bloot te staan aan die toestanden, (grillen, wandaden, buien, eisen, pijn, verdriet, zorgen, et cetera) van m’n gezinsleden.
Disbalans in het gezin: het brave kind
Zo’n situatie komt voor, wanneer er in het gezin stelselmatig sprake is van een onbalans. Of dat nu komt door een chronisch zieke ouder, een broer of zus die steeds voor narigheid zorgt, sterk wisselende leefomstandigheden (zoals noodgedwongen verhuizingen, geregelde baanwisselingen van de hoofd-verdiener) .
Het zijn slechts voorbeelden, waardoor een kind de zoektocht naar harmonie probeert te vinden door zelf het ‘brave’, ‘goede’ of ‘verantwoordelijke’ kind te zijn.
En voor je het weet, wordt het voor dit kind – later de volwassene – een tweede natuur om anderen voor te laten gaan. Om zich meer op de behoeften van anderen te richten en zichzelf stelselmatig ‘achteraan’ te zetten.
3. Devaluatie
Daarmee kom ik tot devaluatie, de derde afweer in deze speciale combinatie. Devaluatie als afweer, is het verlagen van de waarde van iets. Dat iets, kan van alles zijn. Zoals een inspanning, of het nu een tekening, werkstuk, project, voorwerp of wat dan ook is. Een uiting van een gevoel of een bepaald idee, een gedachte of wens.
Anderen devalueren
Wat normaal gesproken het vaakst voorkomt, is dat devaluatie op een ánder gericht wordt. Bijvoorbeeld geringschattend doen over een studiegenoot, relatie, leraar, werkgever, collega, buurman of wie dan ook. Het kan verpakt worden in een zogenaamd grapje. Waarbij alleen degene die devalueert de grap leuk vindt, of de ja-knikkers om hem/haar heen.
Devaluatie komt in allerlei lelijke varianten voor: neerbuigendheid, racisme, belachelijk maken, voor gek zetten, seksisme, vrouwenhaat, mannenhaat, homofobie, kleineren. Teveel om op te noemen. Hoe het er ook uit ziet, de boodschap is: “Jij (of wat jij doet) stelt niks voor.”
Gebrek aan zelfvertrouwen
Er is een zorgwekkende toename van jongeren, vaak jongens, die met social media-voorbeelden als Andrew Tate, hun gebrek aan zelfvertrouwen via devaluatie proberen op te poetsen. De impact ervan kan zeer groot zijn. Het is goed dat hier extra aandacht voor komt.
Devaluatie naar jezelf: de eigen behoeften naar beneden halen
Er is echter een ándere vorm van devaluatie. Deze komt minder voor en is moeilijker te herkennen. Bij deze vorm van devaluatie past iemand de devaluatie op zichzelf toe. Let wel; dat is niet hetzelfde als relativeren. Al leunt dat er dicht tegen aan. Devaluatie is onrijp en het vermogen om te kunnen relativeren is rijp.
Er zijn twee situaties waarbij devaluatie op zichzelf gericht wordt. En het is een vast ingrediënt bij:
- De afweercombinatie: omnipotentie – altruïsme – devaluatie.
- Anxiety (NB: bij anxiety manifesteert devaluatie zich echter ánders. Niet zoals bij altruïsme bij het devalueren van het het aan jezelf toekomen. Bij anxiety richt de devaluatie zich op anxiety verhogende gevoelens en gedachten. Via devaluatie wordt geprobeerd die weg te poetsen. Dit heeft enkel een anxiety-verhogend effect. De aanpak daarvan is anders. Meer erover lees je in hoofdstuk 4 van ‘Wil ik wat ik voel’ (de versie van Uitgeverij Schors, niét de eerdere versie bij uitgeverij Ankh Hermes).
Devaluatie in de combinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie
In de combinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie wordt devaluatie nagenoeg alleen toegepast om de eigen behoeften op afstand te houden. Dus niét om bijv. neerbuigend te doen naar anderen.
Hier is het een stelselmatig klein praten van de éigen behoeften.
Motivatie
Met als continue onderliggende motiivatie ‘De ander heeft het zwaarder dan ik.’ Of: ‘De ander heeft … meer nodig dan ik.’ En al snel gevolgd met
rationalisaties als: ‘Ik kom later wel aan de beurt.’ Of ‘De anderen kunnen … (nog) niet. Ze zijn te onervaren, jong, speels, et cetera.’
Al die rationalisatie zijn talrijk en actief in het vergoelijken, wegpraten van de diepere, innerlijke behoeften. Ze klinken vaak mooi en redelijk. Wat ook de bedoeling is: daarmee blijft het gedrag (altruïsme en omnipotentie en devaluatie) in stand. Zo rijst er geen twijfel dat het ook anders kan. Totdat ongemak, ziekte, oververmoeidheid en dergelijke dat ombuigen naar een gezondere insteek.
Ziekte en vermoeidheid
Een van de vele scenario’s die deze afweercombinatie kan oproepen is de volgende. Het slechts een korte schets van een van de vele mogelijkheden. Bedoeld om een idee te krijgen hoe deze afweercombinatie tot negatieve effecten kan leiden.
De omnipotentie creëert zelfvertrouwen en extra inspanningen om goed – tot heel goed – te worden ergens in. Dat zorgt dat anderen je ‘weten te vinden’. Het altruïsme zorgt dat je vervolgens snel – dikwijls te snel – voor die anderen klaarstaat. De devaluatie verhindert zuiver te zien, wanneer een ander je op de keper beschouwd gebruikt. Bijvoorbeeld jou zaken laat doen of voor zaken verantwoordelijk laat zijn, die voor een (groter) deel voor z’n eigen conto horen te komen. En de omnipotentie zorgt dan weer dat je ‘flink’ bent en over die obstakels heen werkt. Want je altruïsme zegt bijvoorbeeld ‘je kunt iemand niet in de steek laten’. De devaluatie bevestigt dat weer. En zo blijf je in dat kringetje van deze afweercombinatie rondspringen.
Net zo lang totdat ziekte of vermoeidheid dwingt dit te veranderen.
De remedie
De remedie voor deze drie afweervormen is het veranderen van alle drie. Alle drie moeten ombuigen, zodat ze niet langer negatieve effecten ontwikkelen. Een ruwe schets van die veranderingen volgt hieronder.
- Omnipotentie Richten op gedeelde verantwoordelijkheid, o. Waarmee bedoeld is in deze speciale combinatie niet verantwoordelijkheden die van anderen zijn, op de eigen schouders te leggen. Daarmee wordt over-verantwoordelijk geleidelijk een ‘gewone’ verantwoordelijkheid. Een van wederkerigheid.
- Altruïsme Het negatieve bij-effect van altruïsme ligt aan een tekort aan gezond egoïsme. De tegenhanger is dus: leren gezond egoïstisch te zijn. Hoe vreemd dat voor anderen die minder altruïstisch zijn, ook klinkt. Personen, die deze afweer-combinatie hebben valt het zwaar om gezond egoïstisch te zijn. Hun wezen is zo ingesteld op de noden van de ander, dat het tijd (en dikwijls begeleiding) vraagt om te ervaren wat ‘gezond egoïsme’ is.
- Devaluatie Deze is van alle drie geregeld de lastigste. Het wegpoetsen van de eigen wensen, verlangens, behoeften, et cetera is een zeer diep ingesleten gewoonte.
Moeite met het erkennen van devaluatie
Dikwijls wil iemand die deze afweercombinatie heeft, desnoods open staan voor de negatieve bijwerkingen van omnipotentie en altruïsme. Maar die van devaluatie? Dat is vaak een station te ver. De neiging om de eigen behoefte te kleineren is zeer krachtig.
Het is namelijk vooral bij deze combinatie dat de oude pijn en het stille verdriet achter de deur van devaluatie ligt. “Ik wil geen slachtoffer zijn’ is een zin die makkelijk bovendrijft. Terwijl de waarheid is, dat diegene wel degelijk slachtoffer van een situatie/omstandigheid is geweest. Ware genezing komt pas als de beleving daarvan zuiver ervaren wordt.
Slachtoffer of slachtofferschap: een verschil
Voor diegene met deze afweercombinatie is het goed om te weten dat er een verschil is tussen slachtoffer van een situatie te zijn (geweest) en blijven hangen in slachtofferschap. Iemand met de afweer combinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie trekt zich zelf al vroeg uit slachtofferschap. Ze nemen – vaak uit noodzaak geboren – verantwoordelijkheid en actie. Deze twee componenten voorkomen, dat slachtoffer van een omstandigheid zijn, uitmondt in slachtofferschap.
Soms speelt daarbij een onderliggende reden mee. In die gevallen dat er bijvoorbeeld sprake was van een disfunctionele ouder (zoals eeuwig klagend of zuchtend, apathisch, middelenmisbruik, ernstig ziek et cetera). Dan kan een kind vroeg in zichzelf ervaren: “Ik zal álles doen om niet zo te worden, of zo met moeilijkheden omgaan als hij/zij. ”
Even goed kan de motivatie tot het ontstaan van deze eerder genoemde afweercombinatie anders liggen. Stel dat er geen sprake is van een disfunctionele ouder, maar van simpelweg een akelige situatie waarmee het gezin te maken heeft. Kinderen kunnen uit liefde voor hun ouders veel meer op hun schouders nemen dan feitelijk ‘gevraagd’ wordt.
Wat de onderliggende motivaties ook zijn: de beleving daarvan maakt het lastiger om te erkennen dat er ooit wel een moment is geweest van ‘slachtoffer van omstandigheden’. Zodra die hobbel genomen is, staat de weg naar verandering open.
Andere afweermechanismen
Onder de combinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie liggen andere afweermechanismen op de loer. Die zijn er echter op gericht om die combinatie in stand te houden. Of zo je wilt: te ‘beschermen’. De bovengenoemde combinatie verbergt een specifiek pijnlijk gevoel. De achterliggende afweermechanismen treden pas in werking, zodra een van de poten van de driehoek aangetast dreigt te worden.
Afweermechanismen die je dan vaak aantreft zijn intellectualiseren, rationaliseren, spiritualiseren, ageren, ongedaan maken en ontkenning.
Meditatie
Meditatie helpt om dit proces van verandering te ondersteunen. Drie cd’s zijn nu waardevol.
- De cd Emotionele Souplesse helpt een betere balans te krijgen. Hierdoor kunnen de negatieve kanten van omnipotentie en altruïsme afslijten.
- De cd Emoties & Gevoel is een mooi wapen tegen de devaluatie. Het leert de eigen emoties en behoeften op een nieuwe waarde te schatten. Een waarbij niet voorbij gaat aan de wensen van het eigen hart.
- De cd Neutraliteit helpt om het teveel aan omnipotentie en altruïsme gezonder te maken. Om de verhoudingen meer in wederkerigheid, gedeelde verantwoordelijkheid, gedeelde inspanning, etc te krijgen.
Ayurvedische constitutie
Welke invloed heeft je Ayurvedische constitutie op deze afweercombinatie? Is die er sowieso? In het boek ‘t Went zo’n element’ staan vier hoofdstukken over de psyche van de constituties. Van alle drie de constituties, zal het herttype het minst voorkomen met deze afweercombinatie.
Tijgertype
Het tijgertype zal zich eerder dan de andere twee constituties aangespoord voelen z’n krachten te beproeven. ‘Kom maar op; ik zet m’n tanden hierin en dan kijk ik hoever ik kom.’ Dat genereert activiteit, moed, zelfstandigheid en zoals hierboven eerder geschreven het risico op oververantwoordelijkheid.
Olifanttype
Het olifanttype kan eerder dan de twee andere constituties zichzelf wegcijferen. Het is een bewonderingswaardige kwaliteit in deze constitutie. Dat heeft deels een verbinding met het vermogen om te kunnen laten. In dit geval het laten van het nastreven zijn de eigen behoeften.
Overvraagd
De basis die aan de afweercombinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie ten grondslag ligt is een vorm van overvraagd zijn. Een kind hoort in wezen geen taken te moeten doen van een volwassene. Maar het leven loopt niet zoals ‘het hoort’.
Door allerlei omstandigheden kan het kind in een positie komen waarop het steeds voor een ouder moet zorgen. Dat kan lichamelijk zijn, maar net zo goed emotioneel. Zoals de ouder moeten gerust stellen, of zorgen dat die blij gestemd blijft. Al is het maar om geen klappen te krijgen. Of die ouder niet bedroefd of teleurgesteld te zien.
Herttype
Het zenuwstelsel van de hertconstitutie is het snelst overprikkeld. Zoals in het boek ‘t Went zo’n element’ te lezen valt, zal een herttype mede daardoor gemakkelijk neigen naar affect-isolatie. Oftewel: zijn/haar gevoelens diep wegmaken en zich emotioneel terug trekken. Omnipotentie en altruïsme vragen het tegengestelde daarvan; actieve betrokkenheid. Bij affect-isolatie is er een diepe tegenzin om ‘naar voren te stappen’.
Vandaar dat de afweercombinatie Omnipotentie – Altruïsme – Devaluatie relatief minder voorkomt bij mensen met een overwegende hertconstitutie, dan de twee andere Ayurvedische constituties.
Bronnen
Ik ben van gisteren (c.q. de versie van uitg. Schors: ik voel (n)iets voor verandering) – Tessa Gottschal
Wil ik wat ik voel – Tessa Gottschal
‘t Went zo’n element – Marijke de Waal Malefijt & Tessa Gottschal
Gezond egoïsme – Jeffrey Wijnberg

